★★★ Vluchteling in de Versnelling ★★★

realiseert bedrijfsmatige en professionele oplossingen voor betere & snellere integratie

Nog stevige uitdagingen voor gemeenten bij huisvesten van vergunninghouders

“Als statushouders sneller in een gemeente kunnen wonen, is dat beter voor hun integratie en kan de stap naar werk ook sneller worden gezet”, meent staatssecretaris Dijkhoff. Maar daar moet nog wel veel voor gebeuren. Gemeenten moeten tot het einde van dit jaar nog meer dan 20.000 vergunninghouders huisvesten om de wettelijke opgave te halen. In eerste instantie gaat het vooral om alleenstaanden. Die vormen ca. 70% van het huidige wachtbestand. Dat staat in de derde voortgangsrapportage van Platform Opnieuw Thuis van september 2016.

Gemeenten hebben de wettelijke taak om woningen te regelen voor statushouders. Hoeveel ze er moeten opnemen, wordt elk half jaar vastgesteld op basis van het aantal mensen dat in Nederland naar verwachting een verblijfsvergunning krijgt. Daaruit volgt een taakstelling voor alle gemeenten afzonderlijk. Een grote gemeente moet meer statushouders huisvesten dan een kleine gemeente.

Cijfers wijzen op stevige uitdaging

Ondanks de lagere instroom aan asielzoekers op dit moment “hebben we nog aanzienlijke doelen te bereiken”, schrijft de ambassadeur van het Platform Opnieuw Thuis, Marco Florijn. “Veel gemeenten en bij huisvesting van vergunninghouders betrokken partners zijn steeds actiever geworden, waardoor het tempo verhoogd is, de mogelijkheden om vergunninghouders te huisvesten zijn verbeterd en er ook goede resultaten zijn bereikt. De cijfers laten zien dat er nog een stevige uitdaging voor ons ligt.”

Achterstanden

Uit de 3e voortgangsrapportage van het Platform blijkt dat gemeenten in de 2e helft van 2016 nog 28.000 statushouders aan een woning moeten helpen. Dit is inclusief de achterstand van het eerste halfjaar van 2016. Op 1 september 2016 hadden gemeenten 24.517 vluchtelingen met een verblijfsvergunning gehuisvest. De totale taakstelling voor 2016 is ruim 46.000. Op 1 september moesten volgens de taakstelling tot eind dit jaar nog bijna 22.000 personen worden gehuisvest. Dit betekent dat gemeenten in de laatste 4 maanden nog een zeer forse inspanning moeten leveren. Op dit moment wachten ongeveer 15.000 vluchtelingen die al een vergunning hebben gekregen in opvanglocaties van het COA op een woning. 70 procent van deze groep bestaat uit alleenstaanden.

voortgang-huisvesting-vergunninghouders-per-1-nov-16

voortgang huisvesting-vergunninghouders per 1 nov. 2016

Taakstelling 2017

De taakstelling voor de eerste helft van 2017 is vastgesteld op 13.000 mensen. Dat is minder dan in 2016, vanwege de lagere instroom. “Deze lagere taakstelling geeft de gemeenten die achterlopen de ruimte om het been bij te trekken, aldus staatssecretaris Dijkhoff. Er zitten op dit moment namelijk nog bijna 15.000 statushouders in asielzoekerscentra te wachten op een woning.”

Dijkhoff verwacht in een brief aan de Tweede Kamer wel een toename van het aantal nareizende gezinsleden van vergunninghouders. Dat betekent dat gemeenten nu nog veel alleenstaanden moeten huisvesten, maar straks meer moeten rekenen op gezinnen.

Ondersteuning

Om gemeenten te helpen bij hun taakstelling en de doorstroom uit asielzoekerscentra te versnellen, heeft staatssecretaris Dijkhoff toegezegd dat het 2 jaar langer mogelijk is om statushouders met het Gemeentelijk Versnellingsarrangement (GVA) te huisvesten. Vanaf juli jl. verhoogde de staatssecretaris de vergoeding per statushouder al met 50 procent en kunnen gemeenten ook leegstaand zorgvastgoed voor huisvesting benutten.

In het rapport beschrijft het platform verder welke acties ze het komende half jaar gaat ondernemen om gemeenten en woningcorporaties te helpen bij de huisvesting.

Het Platform Opnieuw Thuis is een samenwerkingsverband van Rijk, VNG, IPO, COA en Aedes en ondersteunt gemeenten en corporaties met het huisvesten van vluchtelingen met een verblijfsvergunning. Het platform bestaat sinds 1 november 2014 en is werkzaam tot uiterlijk 16 juli 2017.

 

Documenten

Bron: Rijksoverheid, Platform Opnieuw Thuis

 

redactie • 22 november 2016


Previous Post

Next Post