★★★ Vluchteling in de Versnelling ★★★

realiseert bedrijfsmatige en professionele oplossingen voor betere & snellere integratie

1

Van asielzoeker tot erkende vluchteling – hoe het ongeveer gaat

We beginnen bij onze landsgrens. Eenmaal daar overheen maakt een vluchteling zich als asielzoeker bekend. Meestal is dat bij de politie. Die verwijst met inbegrip van wat geld voor openbaar vervoer door naar een Centrale Ontvangstlocatie (COL) in Ter Apel of elders. Daar kan de asielaanvraag worden gedaan en vindt registratie en een medisch onderzoek plaats. De asielzoeker krijgt een w-document, een tijdelijk vreemdelingenidentiteitsbewijs, voor het aantonen van een legaal verblijf.

Rust en voorbereiding op de start van de asielprocedure

Dan begint er de verplichte rust- en voorbereidingstermijn van minimaal 6 dagen voordat de asielprocedure start. In die tijd verblijft de asielzoeker ergens in (tijdelijke) opvanglocaties.
Deze wachtperiode kan gemakkelijk uitbreiden tot 3-6 maanden, afhankelijk van de omvang van de instroom in die periode én het ontmoedigingsbeleid van de overheid. Die boodschap aan asielzoekers die overwegen naar Nederland te gaan, is: houdt er rekening mee dat het lang kan duren voordat je hier aan de slag kunt (zie ook brief Staatsecretaris).
Na deze eerste wachttijd wordt een asielzoeker overgeplaatst naar een van de centrale Procesopvanglocaties (POL) voor de Algemene Asielprocedure.

De asielprocedure

De Algemene Asielprocedure (AA) wordt uitgevoerd door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Hier staat normaal slechts 8-14 dagen voor en gaat vaak ook nog sneller. De asielzoeker krijgt een advocaat toegewezen die toeziet op de procedure en de asielzoeker juridisch adviseert en ondersteunt. Dit gebeurt veelal op afstand, telefonisch. De asielzoeker mag naar de advocaat reizen voor een gesprek. De juridische bijstand en het reizen is zonder kosten voor de asielzoeker.

De asielprocedure kent 3 belangrijke onderdelen.

  • Na de uitnodiging volgt binnen enkele dagen het eerste gesprek. Dit gaat over de feiten en richt zich op het vluchtverhaal. Hier is indien nodig een tolk bij aanwezig (fysiek of telefonisch). De IND maakt hiervan een verslag, dat de volgende dag naar de asielzoeker en de advocaat gaat. De asielzoeker moet binnen enkele dagen reageren.
  • Na akkoord volgt het tweede gesprek over het motief om te vluchten, het asielrelaas. Ook weer met zo nodig een tolk. Ook hier volgt het verslag van de IND met verzoek om akkoord.
  • Derde stap is de beslissing. Als de IND het asielrelaas duidelijk acht, kan er al binnen de AA een beslissing worden genomen, zowel positief als negatief. De asielzoeker én de overheid weten dus binnen maximaal 14 dagen waar zij aan toe zijn.

Uitstel van beslissing

Als meer onderzoek nodig is, als bijvoorbeeld de nationaliteit niet duidelijk is, kan de IND beslissen om de zaak te verwijzen naar de Verlengde Asielprocedure (VA). Deze kan 6 maanden duren en verlengd worden met nog eens 6 maanden. Tijdens een VA worden asielzoekers overgeplaatst naar een Asielzoekerscentrum (AZC). De juridische bijstand blijft gehandhaafd. De VA-periode duurt vaak lang omdat onderzoek in vluchtlanden niet altijd makkelijk is. Ook grote stapels ‘dossiers’ leveren de asielzoeker (en diens familie verweg) een situatie van lang wachten en grote onzekerheid.

Positief of negatief resultaat

Het resultaat van de asielprocedure is afhankelijk van (de situatie in) het land van herkomst en het IND-onderzoek. Albaniërs bijvoorbeeld krijgen veelal een negatieve beslissing, Syriërs vaak een positieve. Bij een negatief resultaat zijn er beroepsmogelijkheden. Dit zijn langlopende processen en de asielzoeker zit dan al gauw meer dan een jaar op een AZC. Blijft de beslissing negatief dan moet men terug naar het land van herkomst (uitzettingsprocedure).

Een positief resultaat leidt meestal tot een tijdelijke verblijfsvergunning voor 5 jaar. In bijzondere gevallen wordt direct een vaste verblijfsvergunning toegekend. Tijdelijk betekent dat als de reden(en) voor de asieltoekenning in die periode verdwijnen, men terug moet naar het land van herkomst. Zo niet dan kan men na 5 jaar een vaste verblijfsvergunning aanvragen en daarna eventueel de Nederlandse nationaliteit.

Erkend, wat betekent dat?

De asielzoeker met een (tijdelijke of vaste) verblijfsvergunning is nu een erkende vluchteling. Andere (ambtelijke) termen zijn statushouder of vergunninghouder. De nieuwkomer heeft dan vergelijkbare rechten en plichten als elke Nederlandse burger. Zo krijgt men het sofinummer, nodig om te kunnen werken en opleidingen te doen. En krijgt men na weer een wachtperiode woonruimte toegewezen en zo nodig (en dat is meestal zo) inkomensbijstand om zorg, huur en levenskosten te kunnen betalen.
Maar er zijn ook verschillen. Zo mag men niet stemmen, moet men binnen 3 jaar het inburgeringsexamen behalen en zijn er extra beperkingen. Dit geldt met name in het begin tijdens het postasiel verblijf in het AZC. Na de erkenning wordt de nieuwkomer binnen enkele dagen verhuist naar een regulier AZC waar plek is. Vaak is dat ook in de regio waar men uiteindelijk een woonplaats krijgt toegewezen. Dit is een nieuwe periode die 3-6 maanden of langer kan duren. Essentieel voor de duur is vooral het ter beschikking stellen van woonruimte door de betreffende gemeente. Gemeenten hebben hier moeite mee omdat de woningvoorraad te klein is. Maar ook de situatie van de nieuwkomer is van invloed. Zo hebben gemeenten vaak meer moeite om alleenstaande mannen te voorzien en komen gezinnen gemakkelijker aan de beurt.

Wat moet en mag er in de postasiel periode in het AZC

Tijdens het postasiel verblijf in het AZC krijgen nieuwkomers een (gedeelde) kamer, maar moeten zij verder zoveel mogelijk voor zichzelf zorgen. Zij hebben recht op een bedrag voor eten, kleding en persoonlijke uitgaven. Dit gaat om ca. €50 per week, waarvoor men zich elke maandag moet melden. Dit wordt allemaal geregeld door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), dat ook verantwoordelijk is voor de asielopvang en de AZC’s.

De duur van het verblijf is afhankelijk van de snelheid waarmee een gemeente woonruimte kan bieden. Dit kan gemakkelijk 3-6 maanden of langer duren. De nieuwkomer moet dus vooral wachten op wat er komen gaat, maar kan hier zelf ook actiever mee omgaan. Er zijn beperkingen, maar ook nieuwe mogelijkheden. Zo kan men alvast gezinshereniging aanvragen, de taal verder leren, voorbereiden op opleiding of werk  en starten met inburgering. Men kan hierbij ondersteuning krijgen van vrijwilligers onder meer van de stichting VluchtelingenWerk (VWN).

In hoeverre de nieuwkomer de postasiel periode kan benutten, moet niet worden overschat. De mogelijkheden zijn in principe groot, men mag veel. Daar staan twee belangrijke beperkingen tegenover. Onzekerheid over de nabije toekomst – waar kom ik te wonen, kan mijn gezin komen en wanneer – maakt het lastig om te starten met het opbouwen van een nieuw leven. Zo is het voor het volgen van een inburgeringscursus, sociale contacten aangaan en werk zoeken wel nodig om bijvoorbeeld te weten wat de nieuwe woonplaats is.
De tweede beperking is zo mogelijk nog groter. De nieuwkomer is vaak vrijwel onwetend over hoe het hier in Nederland toe gaat, hoe er wordt geleefd, hoe de samenleving is georganiseerd, wat belangrijk is en wat niet. Kortom, men weet van toeten noch blazen. En dat maakt dat de juiste weg vinden, ook met hulp van vrijwilligers en organisaties, niet gemakkelijk is en lang duurt. Duidelijk mag zijn dat dit niet ineens is opgelost als de nieuwkomer zich in de nieuwe woonplaats vestigt.

Wat mag er zoal:

  • in het AZC werken, denk aan schoonmaken of klussen tegen een kleine vergoeding
  • buiten het AZC vrijwilligerswerk doen
  • Nederlands leren
  • buiten het AZC verblijven met een speciaal arrangement
  • meedoen aan cursussen of sporten bij de plaatselijke sportclub
  • volwassen asielzoekers mogen per jaar 24 weken betaald werk doen, onder strikte voorwaarden. Eventuele inkomsten worden ingehouden op het leef- en kleedgeld. Bewoners die willen werken moeten zelf werk zoeken. Het COA geeft wel advies maar bemiddelt niet.
  • voorbereiding op de arbeidsmarkt (cv schrijven, validatie diploma’s)
  • Kinderen 5-18 moeten naar scholen i.v.m. leerplicht in de gemeenten in de buurt van het AZC.

N.B. Deze lijst is indicatief, niet uitputtend.

Hoe zijn de praktische zaken geregeld?

Naast de opvang en bovengenoemde activiteiten helpen COA en VluchtelingenWerk ook met maatschappelijke en praktische zaken tijdens het verblijf op een AZC. De organisaties hebben een verschillende taak en werkwijze.

  • COA is de uitvoerende overheidsinstelling inzake opvang conform de wettelijke regelgeving en zorgt o.m. voor:
    • aanvragen van verzekeringen en sofinummer
    • bankrekening openen
    • het regelen van een huurhuis.
      Aan de hand van wensen van de vluchteling en de mogelijkheden in de regio, wordt een zo goed mogelijke match gemaakt tussen een vluchteling en een gemeente. Gemeenten hebben gemiddeld twaalf weken de tijd voor het vinden van woonruimte en de verhuizing van de vluchteling, doch dit lukt niet wegens het gebrek aan huurhuizen
  • VluchtelingenWerk (VWN) is een onafhankelijke organisatie die de belangen behartigt van vluchtelingen. VWN wordt bekostigd door zowel giften en subsidies (o.m. van de overheid) als door betaalde opdrachten van gemeenten. VWN werkt met ca. 600 betaalde krachten en 6.000 vrijwilligers. Taken in hoofdlijnen zijn:
    • juridische begeleiding tijdens asielprocedure (met name op het AZC). Denk aan gehoren van de IND bijwonen, vluchtverhaalanalyses schrijven, ondersteunen advocaten, uitleg van procedures, gezinshereniging, of ondersteuning bij terugkeer.
    • maatschappelijke begeleiding (op AZC, maar met name daarna): praktische ondersteuning bij gezondheidzorg, huisvesting en financiën. Bijvoorbeeld uitkeringen aanvragen, toeslagen, bekijken huizen, inrichting huizen, hulp bij integratie, schrijven cv’s, zoeken van werk, etc.

Daarnaast zijn er veel organisaties en (groepen) burgers die zich landelijk of plaatselijk inzetten voor de vluchtelingen. Veel van die activiteiten zijn gericht op asielzoekers, variëren van spontaan en tijdelijk tot georganiseerd en langer durend. Voorbeelden zijn: (later meer)

Maar er zijn ook organisaties die zich meer duurzaam richten op de integratie van nieuwkomers. Zij variëren van not-for-profit tot bedrijfsmatige initiatieven. Voorbeelden zijn: (later meer)

Wie verblijven er in de Asielzoekerscentra?

In het reguliere ACZ verblijven zowel asielzoekers als erkende vluchtelingen:

  1. de groep mensen die nog in de asielprocedure VA of een Herhaalde Asielaanvraag (HASA) zit en een w-document, een tijdelijk vreemdelingenidentiteitsbewijs hebben. Deze asielzoekers moeten dus afwachten of ze wel of geen verblijfsvergunning krijgen.
  2. In de AZC’s verblijven ook ruim 10.000 mensen mét een verblijfsvergunning. Zij wachten totdat ze een huurhuis toegewezen krijgen.

Uitstroom van nieuwkomers uit het AZC bepaald door de woningvoorraad

De gemeenten hebben grote moeilijkheden met het plaatsen van de grote groep mensen, die een tijdelijke verblijfsvergunning hebben omdat de woningvoorraad te klein is. Er zijn lange wachtlijsten voor de sociale huurwoningen, vooral voor alleenstaande mannen, waardoor de uitstroom uit het AZC stokt. Dit probleem veroorzaakte dat er in de reguliere AZC’s nauwelijks opvang mogelijk was voor de nieuwe stroom vluchtelingen eind 2015 tot begin 2016.

Als er een woning is gevonden door de gemeente, wordt die kaal opgeleverd. De gemeente geeft daar een inrichtingskrediet voor. De nieuwkomer kan met dit geld de meest basale benodigdheden voor het nieuwe huis aanschaffen, zoals een bed, bank, tafel, koelkast en stoelen. Maar ook verf, terpentine en kwasten. Het inrichtingskrediet is geen gift, maar een lening. Gemeenten kunnen hier eigen beleid in voeren, waardoor er verschillen zijn in de hoogte en de manier van kredietverlening.

En dan begint het pas: Van vluchteling naar volwaardig burger

Daarover graag een volgende keer.

 

redactie • 20 oktober 2016


Previous Post

Next Post